Deze site maakt gebruik van cookies. Klik op ja om cookies te accepteren of op nee om cookies niet te accepteren. U krijgt deze melding daarna niet meer. » lees meer informatie over cookies

  • Geen omschrijving gevonden.
  • Geen omschrijving gevonden.
  • Geen omschrijving gevonden.
  • Geen omschrijving gevonden.

25-12-2018: Anwar Tarfit: “Niets is onmogelijk”

 

ROOSENDAAL - Op 15 juni 2016 kwam Anwar Tarfit als vervanger van Papito Puriël naar RBC. In zijn derde jaar van de Roosendaalse club werd hij door huidig trainer-coach Henk Vos aangewezen als aanvoerder van het eerste elftal. Dennis Willigers zocht 'm op in Roosendaal en sprak met hem over zijn jeugd, de overstap naar RBC, de aanvoerdersband en hoe hij de toekomst ziet.

Anwar Tarfit: "Niets is onmogelijk!"

Waar begin je een verhaal over Anwar Tarfit. Bij de prachtige en meestal belangrijke doelpunten die hij maakt? De vele gele kaarten die hij pakt door het commentaar naar scheidsrechters toe? Of toch de persoon die hem als een wesp raak wist te steken: Natalino Storelli. Na al die jaren wil hij nog steeds geen contact met de hoofdtrainer die hem afwees bij de club waar hij vrijwel zijn gehele jeugdopleiding doorbracht: BSC.

Tweeënhalf jaar geleden streek Tarfit neer bij RBC. Toenmalig hoofdtrainer Danny Mathijssen wist hem te prikkelen om voor de op dat moment in de Vierde Klasse acterende club te komen spelen. Ook dat ging niet zonder slag of stoot. Mathijssen had alle posities bezet, er was nog één plek over: linksbuiten. Tarfit had echter zijn ja-woord al gegeven aan Roosendaal. “De tweede klasse leek me een mooie stap na drie jaar Alliance. We degradeerden met die club via de nacompetitie naar de Vierde Klasse. Ik zag Roosendaal als een mooie stap in mijn carrière. Danny (Mathijssen red.) belde me op. Hij wilde me al hebben toen ik nog in de jeugdopleiding bij BSC zat. We speelde in die tijd regelmatig tegen jeugdelftallen die hij leidde,” zo vertelt hij. Het antwoord was echter  ‘nee’. Uiteindelijk maakte Tarfit tóch de switch. Op de allerlaatste dag van de transferperiode verruilt Papito Puriël RBC voor Unitas’30. In de avond voor het sluiten van de overschrijving kiest Tarfit alsnog voor RBC. De linksbuitenpositie is bezet.

Tarfit zet zijn eerste stappen als speler op een voetbalveld echter ergens anders in Roosendaal. Bij BSC wordt hij aangemeld als tienjarige pupil. Hij begint in de E11. “Ik ben erg laat begonnen met voetballen. Ik zat ook niet meteen in de selectieteams. Na de E11 speelde ik in de D7, volgens mij. Pas daarna schoot ik een keer door naar de D1 en bleef ik selectievoetbal spelen.” Hij wordt uiteindelijk gescout door NAC Breda. Ondanks de interesse zou hij nooit in een jeugdopleiding spelen van een BVO. Hij blijft bij BSC met een kort uitstapje naar Roosendaal. Hij bereikt op zestienjarige leeftijd het eerste elftal van BSC. Succesvol hoofdcoach Natalino Storelli leidt op dat moment het eerste elftal van BSC. Zij komen op dat moment uit in de Zondag Tweede Klasse. “Ik speelde de gehele voorbereiding mee. In de twee oefenduels stond ik er in, maar toen werd ik op een dag gebeld door Natalino vlak voor het officiële seizoen begon. Hij vond me te klein en te tenger. Hij gaf aan dat ik in het eerste elftal duels moest gaan uitvechten met spelers die een stuk breder, groter en vooral meer ervaring hadden en niet zoals in de jeugd tegen leeftijdsgenoten. Hij koos voor iemand anders. Wie dat was, weet ik niet meer. Ik was teleurgesteld. Ik had de gehele voorbereiding gespeeld en nu mocht ik niet meer meedoen. Door mijn houding werd ik drie maanden weggestuurd. Ze belden me daarna weer op. Ik kon in de A2 spelen. De A2. Ik heb het gedaan, we hebben het jaar fantastisch afgesloten.”

Tarfit blijft niet bij BSC. Hij wil absoluut niet onder Storelli spelen. Hij kiest voor Alliance. Die club is net gedegradeerd uit de Tweede Klasse. “Andy Wierickx werd aangesteld als hoofdcoach. Echt een fantastische man. Ik kreeg te horen dat hij jonge spelers een kans gaf. Toen heb ik voor Alliance gekozen.” De samenwerking beperkt zich tot één seizoen, omdat Wierickx ernstig ziek wordt. Patrick Vermeulen neemt daarna het stokje over. Tarfit blijft drie seizoenen bij Alliance. Hij scoort daarin twaalf competitiedoelpunten. “Ik had een andere rol bij Alliance. Ik vind het niet erg om in dienst van een andere speler te spelen. Wesley Smits was daar de grote man. Hij zorgde voor de doelpunten. Ik was vooral de speler die onder andere zorgde dat Smits kon scoren. Ik speelde voornamelijk als linkshalf op het middenveld. Het maakt niet uit wie er scoort, als er maar gewonnen wordt. Het hele team heeft dan de overwinning behaald.”

Na drie seizoenen en opnieuw een degradatie besluit Tarfit Alliance te gaan verlaten. Veel belangrijke spelers verlaten de club, en Tarfit vindt het tijd voor een stap vooruit. Hij kiest voorRoosendaal, die spelen op dat moment in de Zondag Tweede Klasse. “Ik had drie jaar gespeeld in de Derde Klasse. Ik zag Roosendaal als een mooie stap, maar ook omdat de zoon van één van de sponsors van Roosendaal een goede vriend van mij is.” Tarfit zou echter nooit in het shirt van Roosendaal gaan spelen. Een andere grote passie van hem is het zaalvoetbal. Hij speelde onder andere voor een jeugdelftal van het Nederlands zaalvoetbalteam. “Ik dacht dat het niet te combineren viel met het veldvoetbal, al ligt mijn hart echt bij het veldvoetbal. Daarom koos ik uiteindelijk voor RBC in de Vierde Klasse. Heel veel mensen zeggen dat dit gelogen is, maar het is écht de reden dat ik voor RBC koos en uiteindelijk niet voor Roosendaal.”

Bij RBC ontpopt Tarfit zich tot de speler die hij nu is. Toenmalig hoofdtrainer Danny Mathijssen  heeft ook een speciale plek in zijn hart bij hem: “Danny heeft echt een machine van mij gemaakt. Ik hou er van om altijd 100% te geven. Ook op de trainingen. De trainingen onder Danny waren fantastisch. Daarom behaalden we ook het kampioenschap. Ik scoorde twintig keer. Ik had nog nooit zoveel doelpunten gemaakt in een jaar. Helaas ging het vorig jaar een stuk minder. We eindigden negende en bij de winterstop stonden we ver onderaan. Tegenstanders vroegen vaak na afloop aan ons hoe het kwam dat we zo laag stonden. Maar we scoorden ontzettend moeilijk. We haalden uiteindelijk nog de derde periodetitel toen het ineens wel ging draaien. Ik baal er nog steeds van dat we die wedstrijd tegen Unitas’30 in de nacompetitie verloren. Ze staan nu bij de bovenste in de Tweede Klasse, maar we hadden ze echt op hun rug liggen toen. In de verlengin ging mijn afstandsschot op de lat en de volley van Mujib (Yaqoubi red.) werd uit de kruising getikt. Die keeper hield niets tegen, alleen die bal van Mujib. Ook bij de strafschoppen stonden we op voorsprong, maar uiteindelijk verloren we. Als we die wedstrijd hadden gewonnen weet ik zeker dat we de nacompetitie winnend hadden afgesloten, dat is zo zonde.”

RBC blijft derdeklasser, maar investeert wel in nieuw spelersmateriaal. Ook vanuit de jeugdopleiding stromen er jongens door. Veel RBC-supporters verbazen zich tijdens de voorbereiding op het huidige seizoen dat Tarfit de aanvoerdersband draagt. De linksbuiten heeft namelijk een groot probleem en dat is zijn grote mond in het veld. Tarfit scoort niet alleen doelpunten, maar krijgt ook regelmatig gele kaarten. Niet voor overtredingen, want die maakt hij zelden maar vooral het commentaar tegenover de leidende scheidsrechters is het probleem. Het leverde hem vorig seizoen bij een doelpunt van Steenbergen zelfs binnen tien seconden twee gele prenten op. “Ik kan niet tegen onrecht. Het was toen buitenspel, maar de scheids negeerde onze vlagger. Ik verloor mijn zelfbeheersing. Hij zei toen dat ik hem uitgescholden heb, maar dat is niet waar.” Op de vraag of de aanvoerdersband hem veranderd heeft als mens en speler in het veld is het antwoord duidelijk: “Ja. Die rode kaart die ik bij Steenbergen vorig seizoen opliep gebeurt mij niet meer. Dat komt ook, omdat ik vorig jaar het gevoel had dat het geen team was. Als ik een strafschop mistte, waren er mensen blij dat de bal niet in het doel ging. Als op een speler van ons een zware overtreding was begaan gebeurde er niets. Spelers stonden met hun handen in hun zij toe te kijken, terwijl ik tegenstanders er altijd bovenop zag duiken als dit met een speler van hen gebeurde. Ik stoorde me daar aan. Dat is dit seizoen niet. Als er wat gebeurt staan we er met z’n allen. Ik mistte dit seizoen in de seizoensopening tegen VVR een strafschop. Ik kreeg ’s avonds meteen een berichtje van Jos Hack (vice-voorzitter van RBC red.): ‘De volgende gaat er weer in!’ Dat geeft zo’n kick.” Soms gaat het nog wel eens fout, zoals in de uitwedstrijd tegen MOC’17. RBC moet winnen om een periodetitel te pakken, maar is daarbij afhankelijk van het resultaat tussen HVV’24 – op dat moment koploper – en SC Gastel. RBC komt al snel op achterstand en de opdracht was simpel: doelpunten maken en het liefst zoveel mogelijk. Het loopt niet in de eerste helft, overtredingen tegen RBC-spelers worden niet bestraft en Tarfit gaat verhaal halen. “Ja, dat was niet handig. Maar ik zit op dat gebied ook nog in een leerproces. Als je eerst altijd heel veel kaarten pakt voor commentaar dan heb je dat niet binnen enkele weken afgeleerd. Ik leer er van en probeer mijn zelfbeheersing te behouden. Er was nog genoeg tijd en uiteindelijk maakten we zes goals en pakte we de periode!” Tarfit is trots op de spelersgroep die volgens hem niet te vergelijken is met de groep van vorig jaar. ”Buiten de kwaliteiten van de spelersgroep, want we hebben echt een goede groep, gaan we echt voor elkaar door het vuur. En dat heb je ook nodig, want anders sta je onderaan. Ik ben trots op dit elftal. En het zijn niet alleen de basisspelers die belangrijk zijn hé. Ook de mensen die regelmatig vanaf de bank moeten komen zijn belangrijk voor ons. Levy (Schotel red.) en Mujib (Yaqoubi red.) hebben rendement en Gis (Gijs Gommeren, sinds oktober zwaar geblesseerd met een beenbreuk red.) natuurlijk. Ik ben ook hun aanvoerder. Voorin hebben we zes spelers voor vier posities. En ze kunnen allemaal spelen. Dat is zo mooi aan dit elftal. Als je ziet als bijvoorbeeld Levy er in komt. We worden gelijk sterker. Of Mujib die gelijk scoort tegen Virtus (1-3 winst). Het vuur dat zij brengen als ze in het veld komen, fantastisch. Met dit elftal heb ik het gevoel dat we iedereen kunnen verslaan en wie er ook in staat, dat maakt niet uit. Tegen Virtus speelden we niet goed, maar als ik of bijvoorbeeld Randy niet had gespeeld en andere jongens hadden daar gestaan hadden we alsnog gewonnen,” zo legt hij uit.

Tarfit durft echter niet hard uit te spreken dat hij aan het eind van het seizoen de kampioensschaal in de lucht kan steken. “Er kan dit seizoen nog van alles gebeuren. Maar we doen het echt goed, we zijn nog steeds ongeslagen, maar als je blessures krijgt dan kan het zo maar de andere kant op gaan. We kunnen alleen van onszelf verliezen.” De 24-jarige aanvoerder voelt zich op dit moment als een vis in het water bij RBC. Zijn ambities koppelt hij aan de ambities van de club. “Ze zeggen altijd over RBC: arrogante club, spelers zijn altijd meteen weg na afloop en ze roepen met veel bombarie dat ze weer betaald voetbal gaan spelen. Ik vind de ambitie van RBC mooi. Let op mijn woorden: al duurt het vijf jaar, tien jaar of vijftien jaar. RBC gaat in de Hoofdklasse terecht komen of nóg verder. Ik wil daar graag onderdeel vanuit maken. Het is een beetje mijn club geworden. Ik had nu misschien ook in de Hoofdklasse kunnen spelen. Maar ik wil graag dat pad bewandelen met RBC. En dit seizoen wil ik er alles uithalen wat er in zit. Wij kunnen iedereen verslaan. Ik wil kampioen worden en minimaal de halve finale van de beker halen. Het zit er gewoon in, ook hoofdklassers kunnen wij verslaan. Dat gevoel heb ik gewoon met dit elftal.”

Tarfit is niet alleen de aanvoerder van het eerste, maar ook een ambassadeur van de club. Het is niet alleen dat iedereen Tarfit kent, Tarfit kent zelf ook iedereen. Iedereen krijgt een handje na afloop van hem. De kantinejuffrouw, bestuursleden en supporters. Met iedereen kan hij door een deur. Maar met één speler van de selectie praat hij heel veel. Een speler die voorin staat en waarvan vooralsnog het rendement nihil is: Adnane Samra. Samra, veelal spelend in de punt van de aanval, krijgt veel kritiek vanaf de zijkant. Niet geheel onterecht. De jonge speler uit de RBC-jeugdopleiding zit in een leerproces. Hij pakte een rode kaart in het eerste duel dit seizoen wat hem vijf wedstrijden schorsing opleverde en verliest veelvuldig de bal, maar trainer-coach Henk Vos blijft vertrouwen in hem houden. “Het klinkt misschien gek, maar ik zie in Adnane mijzelf. Ik was vroeger ook zo. Ik praat ontzettend veel met hem hoe het beter kan. De kritiek doet hem echt wat, maar hij weet zelf ook dat het beter moet. Ik geef ook aan dat die mensen langs de kant er voor hem zijn. Als ik bijvoorbeeld van een supporter kritiek krijg hoe het anders zou moeten, dan ben ik echt niet boos op die persoon. Bijvoorbeeld Michael (van der Aa, vorig jaar vlagger bij RBC red.) die na afloop wat tegen me zegt: ik denk alleen maar: dat bedoelt ie goed, omdat hij mij beter wil zien spelen de volgende wedstrijd. Maar het kan niet elke week top zijn. Dat geef ik Adnane ook mee. Hij kan ontzettend goed voetballen. Na die rode kaart heb ik gezorgd dat hij geen training oversloeg. En ik weet zeker dat RBC er ontzettend veel plezier aan gaat beleven op den duur, maar hij heeft tijd nodig. Ik vind het mooi dat Henk (Vos red.) hem die kans geeft.”

De huidige situatie met Samra brengt hem terug naar BSC toen hij zelf op het punt stond zijn debuut te maken voor de club waar hij zolang in de jeugdopleiding doorbracht. “Storelli gaf mij die kans toen niet. En misschien had hij op dat moment wel gelijk. Storelli is een ontzettend goede trainer. Hij weet precies of een speler van de tegenstander de avond er voor op stap is geweest of waar de zwakke punten liggen van een speler. Hij noemt het zo op. Maar ik kan gewoon niet vergeten hoe het toen is gegaan. Samra krijgt die kans wel en ik had graag die kans gehad bij BSC. Huub Schuit, Sven van Son, Daniel Dekker en Jacques Dekker hebben allemaal hun debuut mogen maken voor BSC. Ik heb zolang voor die club gespeeld en heb nooit mijn debuut mogen maken. Zij wel. Dat blijft steken. Maar dat wil ik ook meegeven aan spelers en de RBC-supporters: niets is onmogelijk. Blijf hard werken, doe even een stapje terug en zet er dan twee vooruit. Je bepaalt zelf uiteindelijk hoe ver je gaat komen. Bewijs het tegendeel, ik deed het ook. En we gaan er alles aan doen om het seizoen fantastisch af te sluiten.” (Foto's: Bram Visser Fotografie en Arthur Verbraak)